Verkeerskunsten
Introductie
Veilig op weg gaan begint met oefenen: van leren oversteken en sturen tot voorrang geven en rekening houden met elkaar. Daarom kwam Go Safe langs op de school van je kind met Verkeerskunsten. Wij geven praktische verkeerslessen waarin kinderen leren door te doen. Op een parcours dat past bij hun leeftijd brachten zij hun verkeerskennis meteen in de praktijk.
Informatie
Kunnen fietsen is één ding. Tegelijkertijd goed kijken, op anderen letten en weten wie er eerst mag, vraagt meer oefening. Tijdens Verkeerskunsten kwamen deze vaardigheden samen op een verkeersparcours. De kinderen oefenden met situaties die zij ook onderweg kunnen tegenkomen. De opdrachten groeien mee met hun leeftijd en ontwikkeling.
In groep 1 en 2 ontdekken kinderen de basis. Waar loop je als voetganger? Hoe kijk je voordat je oversteekt? Ze oefenen met lopen op de stoep, oversteken bij een zebrapad en stoppen voor elkaar. Op de fiets oefenen ze onder andere met wegrijden, sturen, bochten maken en remmen.
In groep 3 en 4 bouwen we daarop voort. De kinderen leren beter rekening te houden met andere fietsers en voetgangers. Ze maken kennis met haaientanden en oefenen met voorrang geven, richting aangeven, afstand houden en hun snelheid aanpassen. Door zowel fietser als voetganger te zijn, ervaren ze een verkeerssituatie van twee kanten.
In groep 5 en 6 combineren de kinderen steeds meer handelingen. Ze oefenen met vooruitkijken, over de schouder kijken, richting aangeven en gecontroleerd afslaan. Op het parcours passen ze voorrangsregels toe bij kruispunten en oefenen ze met een rotonde. Daarbij letten ze op verkeerstekens én op wat anderen doen. Ook samen fietsen, voldoende afstand bewaren en op tijd reageren komen aan bod. Zo leren ze dat veilig fietsen vraagt om kijken, nadenken en rekening houden met elkaar.
Thuis verder praten
Vraag je kind: ‘Wanneer moest jij iemand voor laten gaan?’ of ‘Wat deed je als iemand voor je ineens stopte?’ Laat je kind vertellen wat goed ging en wat nog lastig was.
Voor oudere kinderen kun je doorvragen: ‘Hoe wist je wie er eerst mocht?’ en ‘Wat doe je als je voorrang moet krijgen, maar de ander niet stopt?’ Bespreek dat je altijd blijft opletten, ook wanneer je volgens de regels eerst mag.
Samen doen groep 1 en 2: kijken en stoppen
Maak op een verkeersvrije plek met stoepkrijt een wandelpad en een oversteekplaats. Loop samen naar de rand, stop en oefen het kijken naar links, rechts en opnieuw links. Laat je kind vertellen wat het ziet. Oefen daarna tijdens een echte wandeling, waarbij jij bepaalt wanneer jullie veilig oversteken.
Samen doen groep 3 en 4: een eigen verkeersparcours
Teken op een vlakke, verkeersvrije plek een fietsroute met een ruime bocht en een zebrapad. Je kind fietst rustig over de route, terwijl jij de voetganger bent. Oefen met goed kijken, rustig naderen en stoppen voor iemand die wil oversteken. Bespreek na afloop: hoe kon je aan elkaar zien wat jullie van plan waren?
Samen doen groep 5 en 6: speur naar voorrang
Wandel samen naar een overzichtelijk kruispunt of een rotonde in de buurt. Bekijk de situatie vanaf een veilige plek op de stoep.
- Welke verkeersborden en haaientanden zie je?
- Wie moet hier voorrang geven, en waaraan zie je dat?
- Waar moet je extra goed kijken?
- Hoe kun je laten merken welke kant je op wilt?
Laat je kind eerst uitleggen hoe het de situatie zou aanpakken. Bespreek daarna samen wat een veilige keuze is. Kijk bij iedere rotonde opnieuw naar de inrichting en de verkeerstekens: de voorrang is niet overal hetzelfde geregeld.